|
De vraag of jongeren daadwerkelijk te weinig bewegen, kan niet met een volmondig 'nee' worden beantwoord. Er zijn verschillende soorten beweging en niet voor al deze vormen bestaan nauwkeurige onderzoeksgegevens. De Stichting Recreatie onderscheidt in de studie vijf 'bewegingsmomenten' voor jongeren: bewegen op school, bewegen naar school, buiten spelen, sporten in verenigingen en buiten sporten. Het sporten in verenigingsverband neemt de laatste jaren af, de andere vormen van bewegen lijken redelijk stabiel te zijn maar staan wel onder druk. Feit is dat jongeren de laatste jaren veel minder tijd hebben voor recreatieve activiteiten. Door allerlei uitstapjes te organiseren probeert TÜGÖK meer aandacht te besteden aan de vrijetijdsproblemen van de jongeren. |